tcm

Overwinning zonder wedstrijd

3 mei, 2016

Sinds 1924 staan, dankzij Albert Londres, wielrenners bekend als “dwangarbeiders van de weg”. Wat is dan een betere bezigheid voor een wielertoerist op zondag 1 mei, dan om te gaan fietsen, vrijwillig wel te verstaan. Ik heb op deze zondag niet een tocht met de club gemaakt, maar ben op uitnodiging van een vriend naar Nijmegen gegaan, om de toertocht ter ere van de Giro-start in Gelderland te fietsen.

Na ruim 2 jaar waarin ik door ziekte de fiets nauwelijks heb kunnen gebruiken, was mijn doel aan het begin van dit jaar om weer een stukje op de weg te fietsen, en koesterde ik de hoop misschien zelfs wel weer bij de club aan te sluiten, later in het jaar. In het carnavalsweekend fietste ik voor het eerst weer een rondje buiten, het was maar 17,5 km, maar ik had het toch maar mooi gedaan. Twee weken later vroeg bovengenoemde vriend, of ik dacht begin mei een toertocht aan te kunnen, gewoon rustig aan, no worries. Mijn eerste reactie was dat het onmogelijk zou zijn, maar het begon toch te kriebelen. Wat nou als ik de openingstocht van de club mee zou kunnen, dan was ik al bijna halverwege de afstand van de 120 route. Van 17,5 naar 55 km in een maand, een mooi doel, en daarna naar 120 op 1 mei, dat zou een uitdaging zijn, maar doelen moeten ambitieus zijn, anders motiveert het niet. Na overleg met experts heb ik toen besloten, dat het mijn doel zou worden, om op 1 mei 120 km te fietsen.

Op 6 maart was ik bij Den Heuvel present om de regen, hagel, sneeuw en kou te trotseren, de eerste stap was gezet. Mijn doel leek daarmee steeds realistischer te worden. De weken daarop ging ik als het lukte op zondag met groep 28 mee, daarnaast wat extra ritjes doordeweeks, een paar keer spinnen en een tripje naar het Limburgse Heuvelland. Ik moest toch weer even weten hoe het heuvel-op-fietsen voelde, want de Posbank wilde ik wel soepel over komen. En 2 weken geleden concludeerde ik ineens dat 120 km geen uitdaging meer zou zijn, want dat had ik in de benen. De oplossing was simpel, het aanpassen van de inschrijving naar de 165, de uitdaging was terug, en als bonus ging de extra lus naar mijn “thuiskant” van de IJsel.

Daar stonden we dan op 1 mei in Nijmegen, voor de 165, die 175 km lang bleek te zijn. Wat later dan gepland, dus met z’n tweeën achter de andere deelnemers aan, in de veronderstelling dat we nog wel ergens bij een mooi groepje aan zouden kunnen pikken. Dat bleek tegen te vallen, we moesten het met z’n tweeën doen, want iedereen voor de langere afstanden, met een lekker tempo, was al een stuk eerder vertrokken. En na een kleine 20 km stond ik er helemaal alleen voor, mijn fietsmaatje, die ‘s ochtends al ziekig was, bleek te ziek te zijn om door te gaan en moest noodgedwongen huiswaarts keren. Hierdoor kreeg ik de door mij zo gewenste uitdaging, nog ruim 155 km te gaan, in m’n eentje. Eerst maar eens over de Veluwe naar Apeldoorn, daar gingen alle afstanden langs, dus voor dat stuk moest ik een groepje kunnen vinden. Dat was alleen buiten de logica gerekend; want als je een groepje bijhaalt, fietsen ze te langzaam en de enkele snellere fietsers die nog achter mij zaten kon ik weer niet volgen, wetende dat ik nog een lange weg te gaan had en me niet over de kop moest fietsen in het begin. Het werd dus eigen tempo, rustig en beheerst naar Apeldoorn, door een schitterende omgeving met af en toe een richtpunt, waar ik me vooral niet te veel op moest richten.

Na Apeldoorn was het simpel, er ging niemand meer de 165 lus op, ik had en was geen mikpunt, ik moest gewoon fietsen. Het doel was om rustig, in een constant tempo, gebruikmakend van de mogelijke herstelmoment door de wind, “rustig en beheerst”, richting de Posbank te fietsen. Daarna mocht de rem eraf en was het terug naar Arnhem en daarna Nijmegen. Bij de Posbank kon ik aansluiten bij een groepje van zo’n 10-12, die ik omhoog trapsgewijs voorbij kon, eigenlijk reed ik heel netjes alle gaatjes dicht, alleen in de eindsprint kwam ik niet meer uit het wiel van de voorste fietser. Op de top werden we door wandelaars begroet met de opmerking, “het lijkt wel of ze bijna dood gaan”, terwijl ik primair voldoening voelde. Wat verder kon ik een vriendelijk knikje van Maarten Tjallingii in ontvangst nemen, die “zijn” Posbank voor komend weekeinde nog een keer aan het verkennen was. Daarna was het simpel, eerst naar beneden, toen nog ruim 30 km en gewoon lekker terug fietsen naar Nijmegen, met in het achterhoofd dat mijn gemiddelde snelheid nog wel wat omhoog zou mogen. In Nijmegen als laatste horde de Waalbrug op, daarna 2 maal rechts, met de weg mee naar links de Waalkade op, over de finish en de tijd stoppen. Het verdict na 177 km was volgens de Garmin 28,0 km/h, mooier kan het eigenlijk niet als rijder van Groep 28.

Mooier kon het voor mij zeker niet, mijn doel was om in 2016 weer te fietsen, ik hoopte weer bij de club aan te kunnen haken later in het jaar, maar van mijn rit op 1 Mei had ik nooit ook maar durven dromen. En hoewel het een toertocht was, en er heel veel sneller geweest zullen zijn, was deze tocht wel mijn overwinning. Het zal waarschijnlijk mijn enige overwinning op de fiets ooit zijn, maar mooier krijg je ze niet, want bij een overwinning zonder wedstrijd, zijn er geen verliezers.

JLA

Terug naar nieuws