tcm

“In alle bochten”

10 oktober, 2016

Zondagmorgen half negen.

De opkomst is groot voor een oktoberzondag. Er is een ruime groep dertig en ook groep 28 en 33 mogen niet klagen. Als enige met een korte broek aan voel ik me enigszins underdressed. Maar wanneer we klaar willen gaan staan om te vertrekken komt Roel aan gesjeesd, ín korte broek. Is hij net zo koelbloedig is als ik, of had hij in zijn haast per ongeluk de verkeerde broek uit de kast gegraaid?

Bij het vertrekken hoef ik niet zelf te beslissen of ik groep 30 vandaag wil terroriseren met mijn traagheid.  Als Nico vraagt of ik wil meerijden antwoord Leon in mijn plaats volmondig JA. Stiekem vind ik dat wel fijn want ik voel me wat bezwaard om de langzaamste te zijn.  De eerste pakweg 25 kilometer zijn heftig. Continue bochtenwerk en laat dat nou niet mijn sterkste punt zijn.  In de bochten hoor ik alle tips die ik gekregen heb door mijn hoofd gaan maar het in de praktijk brengen blijft toch moeilijk. Wanneer ik net weer bij de groep ben moet ik weer de volgende bocht in. Met een hartslag die continue boven het omslagpunt zit wordt het snel vermoeiend. Toch maak ik kleine vorderingen. Over de hele tocht is mijn max snelheid gezakt van 42 km/u naar 41 km/u, wat betekent dat ik minder hard heb moeten bijtrekken dan de vorige keer :-).

Toch blijk ik niet de enige die moeite heeft met de bochten. Arjan bekent dat hij (volgens eigen zeggen) net zo slecht in de bochten is als ik. Maar hij is wel de sprintmaster, dus na een bocht camoufleert hij zijn bochtenblunder met een knap staaltje sprintwerk.  Er is dus nog hoop. Sprinten is een heel andere tak van sport dan bochtjes draaien en als je het ene niet kunt, kun je het andere misschien wel.

Voorlopig kost mijn slechte bochtenwerk me nog veel kruim en mag ik regelmatig profiteren van de brede ruggen van onder anderen Nico, Joost en Jeroen om terug bij de groep te komen. Dat rijdt lekker uit de wind én is lekker warm. Je moet er maar eens op letten. Als je vol in de wind rijdt is het frisjes en als je dan achter een ander komt te rijden wordt de lucht ineens veel warmer.  Frank is vandaag in bloedvorm en voelt de wind niet eens. Wind, waar dan? Nico jaagt me flink op om wat meer voorin te gaan rijden dus kruip ik schaamteloos voor.

Alle 17 fiets collega’s vinden het niet erg om wat rustiger aan te doen hoorde ik 🙂 Zouden ze moe zijn, na een kleine 90 kilometer??

 

Hopelijk ben ik niet te lastig en mag ik volgende week weer mee!

slak

Wendy S

Terug naar nieuws