tcm

25 088075 Oirschottocht, 2 april 2017

3 april, 2017

Maart roert zijn staart! Voor ons was de staart van maart de moeite waard. Heerlijke fietstemperaturen met weliswaar de nodige wind, maar je moet maar zo denken, als je een rondje gaat fietsen krijg je de wind gegarandeerd een keertje mee. Annemarie en ik genoten in ieder geval van deze zogenaamde buienmaand en we hadden dan ook meer dan 900 droge maart-kilometers op onze tellers toen we vrijdagmiddag de racefiets aan de haak hingen. Nog 1 nachtje slapen en het is april. De boer is nu druk, het vee moet naar buiten. Voor zover dat nog niet gedaan was of kon worden moet er nu toch echt gezaaid, gepoot en geplant worden. Akkers, weilanden en tuinen hebben de volle aandacht nodig. Groeizaam weer is gewenst, een beetje van dittum en beetje van dattum. Niet teveel koude graag en liefst wat regen erbij. Regen, dat vind de boer tenminste maar wij fietsers denken daar anders over. Tja april doet wat hij wil en dat betekent inderdaad soms zon en soms regen. Maar misschien valt ook, net als maart, april weer mee en hoeven wij geen aandacht te schenken aan alle min of meer op het verleden gebaseerde uitspraken mbt april. En dat zijn er nogal wat. Een “kleine” greep: Sneeuw in april geen nood, met zware nachtvorst veel meer dood. Is het in april nat en koud, dan groeit straks het koren als een woud. Sneeuwt april nog op onze hoed, het is voor de druiven en het koren goed. Heldere maneschijn in de aprilnacht, schaadt allicht veel bloesempracht. Laat het weer zoals het wil, maar ontkleedt u niet voor half april. April veel regen, brengt grote zegen. Aprilvlokjes brengen meiklokjes. De heren en aprillen, bedriegen wie ze willen. De vrouwen en aprillen, ze hebben beide hun grillen. Al doet april ons mooi weer aanschouwen, ’t is evenals fortuin, we kunnen hem niet vertrouwen. Het groen des velds het oog bekoort doch zelden houdt april haar woord. Op een april geen zon, vaak water in de ton. Aprillertje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed. Sneeuw in april is geen nood, maar bij zware nachtvorst in april gaat er meer dood. April warm, Mei koel en Juni nat, vullen schuur en ook het vat. April veranderlijk en guur, brengt hooi en koren in de schuur. Een grote zon en bleek van schijn, dan zal het regenachtig zijn. Aprilse aren, zijn er alle jaren. Een natte april ,is de boeren naar hun wil. Aprilse vlokjes, brengen mei’se klokjes. In april heldere maneschijn, zal voor de bloesem kwalijk zijn. Broedt de spreeuw al in april, dan is een schone meimaand op til. Verschaft april veel schone dagen, dan pleegt mei de last te dragen. Is april schoon en rein, dan zal mei minder zijn. De huwelijkse staat, is als april, nu zon, dan storm, en dan weer alles stil. Als het in april regenen wil, blijven de boeren niet stil. Gras dat in april wast, staat in mei vast. April maakt de bloem, en mei bekomt de roem. Als in april kevers ontstaan, dan zal de mei van kou vergaan. Valt in april veel nat, dan zwemmen de druiven tot in het vat. Verschaft april vele schone dagen, dan pleegt mei de last te dragen. Als april lacht, boerke wees voor uw oogst bedacht. April vult vele zolders, dankzij de vele donders. Op een droge april volgt wel eens een droge zomer. April mooi en rein, in mei zal het donker zijn. Hoe groen het in het veld ook ons oog bekoort, doch zelden houd april zijn woord. April zon, doet water in de ton. Mocht het dauwen in april en mei, dan is de boer in sept blij. Gelukkig  hoefden wij niet te wachten tot september om onze blijheid te uiten en de spreuken te logenstraffen. Zondag 2 april, GR25 op naar Vessem, naar de Gouden Leeuw, voor ons welverdiende natje. Met 22 man begonnen we, met de Ronde van Vlaanderen, Vlaanderens mooiste, reeds in gedachten aan “Brabants mooiste”. Een heerlijk zonnetje, na een natte eerste april dag, begeleidde ons vanuit Mierlo via Nuenen, Nederwetten, Breugel, Son, Best, Oirschot en Oostelbeers naar Vessem.  En van Vessem  via Wintelre dwars door Eindhoven langs Nuenen en Geldrop terug naar Mierlo. We zagen onderweg wel erg veel van ons mooie Brabant. Het bleef maar draaien en keren. Een mooie tocht voor een Brabant ontdekker maar geen route voor race fietsers. Niet alleen vanwege de 4 lekke banden maar ook door de immens vele stoplichten, oversteken en vele andere obstakels op de weg was het stoppen en weer aanzetten en nog een keer en nog een keer en……….eindelijk thuis. Nooit meer op het programma, hopelijk. Kijken of Vlaanderens mooiste wel mooi zou zijn? Met de gedachte dat we met de Brabanders Wim van Est (1953), Johan Lammerts (1984) en Adri van der Poel (1986) deze klassieker wonnen zaten we ook nu weer vol verwachting op de bank, maar……….mooi geen Brabander gezien! Maar toch ene schone Proficiat Philippe.

HvdW

Terug naar nieuws