|
|
De familie van heilige Jean in Royans (door Dany Benoy) Van zaterdag 6 juni 2008 tot zaterdag 14 juni 2008 hebben we weer onze welverdiende jaarlijkse fietsvakantie genomen. Het fietsgezelschap bestond dit maal uit: Dany Benoy, Martijn Blitterswijk, Gerard van Bree, Jos van Malten, Norbert Sweegers, Toon Sweegers, Nico Verschuren, en Leon van de Vondervoort. Dit jaar was de bestemming wederom St Jean en Royans, in het heuvelachtige en bergachtige Franse departement de Drôme (26). Sommige van de deelnemers waren hier in 2005 reeds eerder geweest en hadden dus parcours voorkennis. Ook het hotel (Le Castel Fleuri) waar verbleven werd, was hetzelfde als in 2005. In tegenstelling tot 2005 waren de uitbaters nu autochtonen, in plaats van buitenlanders met een zeer herkenbare spreektaal. Op verzoek van de reisorganisatie werd gevraagd om ’s avonds speciale uitgebreide fietsmenu’s te laten aanrukken. Aan ons verzoek werd duidelijk elke dag gehoor gegeven, om niet te zeggen dat we soms ons bord niet helemaal konden leegeten! Vaak werd het diner afgesloten met een dessert naar keuze. Wat wel anders was in vergelijking met de fietsvakantie van 2005, was dat de serveerster goed geoefend was om haar soms overdreven glimlach ten toon te spreiden, en dat het ontbijt nu in het voormalige café werd geserveerd. Zaterdag 6 juni 2008 Het is haast een traditie dat we op de dag van vertrek bij Toon om kwart voor 6 in de ochtend, op de stoep stonden. De eersten die arriveerden kregen om wakker te worden een lekker bakje Senseo aangeboden. Aan het rustige begin van de fietsvakantie kwam een abrupt einde toen Gerard en de anderen arriveerden. Snel de fietsen op auto’s laden, een kiekje om ons geheugen te helpen en dat van fototoestel te vullen, instappen en wegwezen. Voor diegene die niet achter het stuur zaten kon de mentale voorbereiding voor een weekje fietsen beginnen. Het grauwe, en soms gure weer onderweg hielp ons om de gedachte niet te laten afdwalen naar het voorbij flitsende landschap. Zo konden we ons nog beter voorbereiden op wat ging komen. De regen in de avond en de collectieve vermoeidheid van de reis zorgden ervoor dat we vroeg naar bed gingen. Zondag 8 juni 2008: Palais ideal De eerste dag ging naar het noordoosten, naar het bekende Hauterive, met zijn toeristische maar merkwaardige trekpleister Palais Ideal. Het Palais Idéal is een door postbode gebouwd paleis met stenen en schelpen die hij vond op zijn dagelijkse postronde. Daar deed de beste man ongeveer 33 jaar over. Vanuit het bed was wel te horen dat de regen van de avond tevoren dan wel was opgehouden, maar een blik vanuit het balkon op de oprijlaan leerde ons dat de bewolking nog steeds van de partij een kleine spelbreker was. Na het ontbijt in het vroegere café ging ieder zich, zoals de traditie het voorschrijft, opmaken op wat zou komen. Gezien het weer was het ook de vraag: wat doe ik aan, wat neem ik niet mee, wat kan ik nog meenemen naast de noodzakelijke energetische brij? Om negen was het dan zover, en konden we beginnen aan de eerste rit. Na een kort maar mooi en licht heuvelachtig begin, was het toch nog even zoeken om op het juiste traject te komen. Gelukkig hielp hier de parcours voorkennis van 2005 om ons naar de juiste weg te leiden. Onderweg werd het nuttige aan het aangename verenigd: een kleine pauze fotoreportage bij jawel de abdij van Toon (Saint Antoine l’Abbaye). Een beetje verder werd een van de kleinere zusjes van de Alpenreuzin Col de Madeleine bedwongen (493m). Het is misschien minder bekend dat een ander klein zusje vlakbij de grote winderige broer in de Provence ligt. Na ongeveer 54 km hadden we onze eerste pauze in Hauterives. Gelukkig was Hauterives geen typisch klein Frans dorpje zodat ondanks dat het zondag was, we toch een cafeetje vonden waar we iets konden nuttigen. Nadat we onze energievoorraden hadden aangevuld werd de tocht in oostelijke richting voortgezet. Dit vrij open, en glooiend stukje was ongeveer 28km en ideaal om de lunch te verteren. Na deze 28km was het terug naar het warmere zuiden richting hotel. Onderweg werd er toch maar besloten om een tweede pauze in te lassen in St Marcelin, zo’n 20km van het hotel. Terug bij het hotel aangekomen, hadden we er ongeveer 129km op zitten. Traditiegetrouw werd er na afloop meteen bijgetankt, nagepraat, en een blik rijst naar binnen gewerkt om de volgende dag reeds goed voor te bereiden. Maandag 9 juni 2008: De acht van Leoncel De weersvooruitzichten voor de komende dag waren niet gunstig om van het landschap te genieten. Het enige voordeel was de afwezigheid van warmte. De tocht van de dag voerde ons naar het zuidoosten. Een blik op de kaart leerde ons dat het parcours de vorm had van een acht met knooppunt in Leoncel. Als stevig voorgerecht van de dag stond de Col de la Bataille op het menu. Het was een klim van 30km, die meteen begon bij het uitrijden van St Jean en Royans, en met een kleine afdaling net voor de top van de col. Deze afdaling drukte het gemiddelde stijgingspercentage tot zo’n 3.5%. Als de afdaling niet wordt meegerekend, dan wordt het gemiddelde stijgingspercentage 4.6%. Wat een klim had moeten zijn met een prachtig uitzicht, werd door de mist verknald. Maar zoals een beroemde uitspraak luidt, die deze dagen zeker te horen is geweest: ieder nadeel heb zijn voordeel, of was het omgekeerd? Door de mist konden we ons dus focusseren op datgene waar we voor gekomen waren: het fietsen, zonder de anderen te zien. Een blik op oneindig zat er niet, een blik op de teller daarentegen was het enige teken van vooruitgang. Op de col zaten we boven de mist zodat we toch een en ander digitaal konden vastleggen van het tijdens de klim gemiste landschap. De afdaling naar Leoncel voerde ons naar de eerste rustplaats van de dag. Het is een gehucht met slechts een handvol huizen, waaronder wel een café-restaurant. Meteen na de pauze stond er een klimmetje van 3km naar de Col de Torniol op het menu. Een prettige afdaling gevolgd door een golvend plateau voerde ons naar de volgende stopplaats in Peyrus, welke in tegenstelling tot Leoncel een heus dorp was. Bij het uitrijden van Peyrus begon de laatste klus van de dag: een 11km lange klim naar de Col des Limouches, met een gemiddeld stijgingspercentage van 6.5%. Nadat de tweede lus van de 8 werd gesloten in Leoncel, was het alleen nog maar afdalen om de tweede lus te sluiten na ruim 100km. Er stonden wel 2500 hoogtemeters op de teller. De inspanning van de dag werd ’s avonds verlicht door het Nederlands elftal dat Italië inblikte met 3-0. Dinsdag 10 juni 2008: Col de Rousset Normaal gezien stond de route Col de Romeyere, richting noordoosten, op het menu, ware het niet dat we er via moderne informatie technologie achter kwamen dat een tunnel in het parcours al geruime tijd gesloten was voor al het verkeer inclusief fietsverkeer. Gezien die tunnel daar niet voor niets lag, was een ommetje maken om de desbetreffende tunnel te vermijden geen pretje met de auto, laat staan met de fiets. Er werd dus maar besloten de rit te fietsen die normaal op donderdag op het menu stond. Er werd begonnen met de laatste afdaling van de dag ervoor, maar dan wel in omgekeerde richting: een mooie opwarmer van 26km, zonder verrassingen, aan een gemiddelde van 2.9%, ideaal voor het buiten blad, naar de Col de Bacchus (970m). De opwarmer voerde ons langs Oriol-en-Royans, waarna we in een boomrijke omgeving kwamen, vergezeld van verfrissend riviertje. Wederom werd Leoncel gepasseerd, waarna het nog maar een paar kilometers was naar de Bacchus. Na de fotosessie werd er in groep afgedaald naar Plan de Baix, en vervolgens naar Beaufort sur Gervanne, waar de eerste pauze werd ingelast. Na deze eerste drankpauze volgde er weer een prachtig stukje kronkelweg langs een riviertje, stroomopwaarts. Net voorbij L’Escoulin werd het riviertje overgestoken, om even het echte werk te doen naar de Col de la Croix en daarna wederom af te dalen naar Die. In Die werd letterlijk een lichte maaltijd naar binnengewerkt, alvorens aan de 20km lange klim van de Col de Rousset (1250m) te beginnen. Waarschijnlijk hadden de weergoden een zware maaltijd naar binnengewerkt. Het hemels gerommel was reeds duidelijk te horen. En ja hoor, halverwege de vrij constante klim werd er voor een behoorlijke verfrissing gezorgd. Het weer en de verfrissing waren van die aard dat boven bij het skistation er noodgedwongen werd gepauzeerd om er te drogen, en terug wat op te warmen, ondanks de lange beklimming. Nadat iedereen een beetje was opgewarmd, en een verloren bril was teruggevonden in de tunnel, werd het laatste heuvelachtige stuk van de dag aangevat. Na de Rousset stelde de Col de Saint Alexis (1222m) in een bosrijke omgeving, niet veel voor. In een licht heuvelachtig, beetje kaal landschap werd Vassieux-en-Vercors doorgefietst, waarna er nog een laatste kleine inspanning voor de boeg lag: Col de la Chau (1337m). Hierna volgde de beloning van de dag: een 30km lange schitterende afdaling, ideaal om een 52x12 rond te draaien, recht naar het terras van het hotel. Woensdag 11 juni 2008: La Machine Deze dag voerde ons wederom naar het zuidoosten, met het accent iets meer naar het oosten. Na een rustige aanloop naar een van de broers van Jean (Laurent), werd met de beklimming van de Col de la Machine begonnen. De klim werd onderbroken bij de ingang van de eerste tunnel door wegwerkzaamheden. Gelukkig konden we de klim na een oponthoud van ongeveer minuten weer voortzetten. De eerste helft van de 20km lange klim was het heftigst. Hellingen (op rechte stukken weg) van 9 tot 11% werden ons regelmatig voorgeschoteld. In de tweede helft van de klim werden de hellingspercentages zowaar gehalveerd, zodat we ook meer van de omgeving konden genieten. Tussen de bomen door konden we een glimp opvangen van de prachtige vallei Rivière le Cholet, en was duidelijk te zien op welke afgrondrand we de dag ervoor hadden gefietst tijdens de laatste afdaling. De Col de la Machine was alsdusdanig niet meteen herkenbaar als een heuse col, maar lag eigenlijk op een vrij ordinaire T-spitsing. De dag ervoor waren we hier ook geweest. Na de gebruikelijke fotosessie werd de tocht rustig voortgezet, en werd onderweg de Col de Proncel eventjes meegepikt, alvorens te pauzeren bovenop de Col de Rousset. Door de voorkennis die we hadden, bestelden we geen 8 sandwiches, maar 4. Helaas waren de afmetingen van de sandwiches geïndexeerd, en waren ze aanzienlijk kleiner dan 3 jaar geleden. In tegenstelling tot de dag ervoor, was het nu wel mooi weer zodat we konden lunchen op het terras. Gezien het de woensdag rit was betekende dit dat het nu eigenlijk dat het via een klein oostelijk uitstapje en licht golvend, recht naar het hotel was. De tunnel bij Baraques en Vercors was echter gesloten door onderhoudswerkzaamheden, waardoor de rit iets langer werd dan voorzien, en dus ook de begrootte hoogtemeters werden overschreden. Hierdoor werd een stukje van de adembenemende Gorge de la Bourne meegenomen. Gelukkig was het niet bergop zodat we zelf niet al te veel adem nodig hadden. Helaas kwamen we er onderweg ook achter dat een groot stuk van de de Gorge de la Bourne onderworpen was aan eveneens onderhoudswerken. Dit betekende dat een tweede geplande rit niet gefietst kon worden. Donderdag 12 juni 2008: Westelijk halfrond Met nog 2 dagen te gaan, zaten we reeds doorheen onze geplande ritten. Maar zoals het goede reisorganisator betaamd, was een reserve rit voorzien. Zoals de naam van de rit deed vermoeden, voerde de reserve rit ons naar het westen. Eerst werd richting noordwest gegaan naar een van de vele familieleden van Jean (Saint Nazaire en Royans), om vervolgens naar het zuidwesten te gaan tot aan Combovin. Tijdens dit stukje reden we vlak naast de bergketens van de Vercors: ook heel mooi, en behoorlijk glooiend. Vanaf Combovin werd het terug sterk heuvelachtig, om niet te zeggen bergachtig, en gingen we naar het meest zuidelijke punt van de dag: Beaufort sur Gervanne. Ondertussen was het eigenlijk hoogtijd om onze magen met iets tastbaars te vullen. Echter de Franse dorpjes waar we kwamen, werkten niet mee. Of er was er geen of het was dicht. Dan maar met een protesterende bijna lege maag de Col de Bacchus bedwingen met tegenwind, in tegengestelde richting in vergelijking met de dinsdagrit. Aangezien we hier reeds waren geweest, wisten we dat het wat eetgelegenheden betrof het huilen met de helm op was. Wat er wel nog op het menu stond was een lus van om en bij de 30km met 2 collen (Col de Limouches, en de Col de Tourniol). Omdat deze lus energetisch niet betaald kon worden, werd wijselijk besloten deze lus letterlijk links te laten liggen, en meteen naar Leoncel te fietsen. Van dit godverlaten gehucht wisten we dat we er iets konden eten. Na het naar binnen werken van een heerlijke pasta, werd begonnen met de laatste niet al te zware karwei van de dag: de afdaling naar Saint Jean en Royans. Vrijdag 13 juni 2008: Daar we helaas maar één reserve rit hadden, en we er in feite 2 nodig hadden moest er nog een rit verzonnen worden. Met dank aan Gerard en Norbert werd er een niet te versmaden afsluitingsrit uit de helm getoverd, richting noordoosten. De eerste 25 km waren hetzelfde als de laatste 25km van 2 dagen ervoor, maar dan wel in omgekeerde richting. Dit betekende wederom dat we broer Laurent en zus Eulalie moesten doorfietsen, en dat we nog eens konden genieten van een stukje van de prachtige Gorge de la Bourne aan een iets trager tempo. Bij La Balme de Rencurel begon het echte heuvel werk. Iets voorbij Rencurel, in Le Violon werd van de doorgaande weg voor auto’s afgeweken. De weg werd behoorlijk smal maar was gelukkig nog steeds geasfalteerd. Na het gehucht Les Glénats liet de kwaliteit van de weg wel vaak de wensen over. Dit werd ruimschoots gecompenseerd door de bosrijke omgeving. De koude maakte de klim een wel zeer aangenaam, en de nevel die werd vastgehouden door de bomen transformeerde dit geheel tot een sprookjesachtige omgeving. Af en toe werd het te sprookjesachtig voor de GPS, zodat deze geen aanwezige weg kon vinden, en moesten we de hulp inroepen van de aloude gedetailleerde landkaart. Na een stevig stukje klimmen kwamen we uit op een plateau op ongeveer 1200m hoogte, nog steeds in dezelfde bosrijke omgeving. Even voor Malleval en Vercors begon dan de afdaling naar Cognin les Gorges. De frisheid die ons tijdens de klim koel hield, maakte van de afdaling een behoorlijke ril en bibberonderneming. In Cognin les Gorges werd gepauzeerd, geluncht, en terug op temperatuur gekomen. Na de pauze werd even de vlakke D1532 aangehouden tot in Charvolet, waar terug de kronkelige kleine wegen werden opgezocht. Dit betekende ook dat het af en toe behoorlijk omhoog ging. Door het erg bochtige parcours waren de onderlinge afstanden in vogelvlucht nooit erg groot, maar wel voldoende voor een wei met koeien die zich terecht af vroegen wie er nu af en toe gek doet. Bij Presles zat het laatste klimwerk erop en begon de afdaling naar La Bourne. Bij de terugtocht naar het hotel werden Eulalie en Laurent voor de laatste keer met ons bezoek vereerd. Tot slot Hoewel het weer en de Franse (weg) wegwerkzaamheden niet altijd meewerkte, was het weer fantastische fietsweek, die werd afgesloten met een onvergetelijke voetbalavond. Enkele statistieken
|
|
|
|
DWARS DOOR DE PYRENEEËN (verslag van augustus 2005) De bergstrook tussen Frankrijk en Spanje kan op twee manieren "doorgestoken" worden. Van noord naar zuid is het karwei voor een geoefende fietser in enkele uren geklaard. Iets langer duurt het wanneer men deze ruige bergstrook in de lengte vanuit het westen naar het oosten wil doorkruisen. Wij gingen de uitdaging aan om vanuit Bayonne aan de Atlantische kust, via alle bekende cols, naar Perpignan aan de Middellandse Zee te fietsen. Gebruikmakend van allerlei informatie stelde één onzer een zesdaagse route vast. Vervolgens werden op deze route hotels gezocht en geboekt. De volgende stap is een personenbus en een aanhanger vastleggen en dan maanden wachten tot het "moment suprème". (In januari is alles tot in de puntjes geregeld om in augustus op reis te kunnen). Het wordt nu allemaal wel in enkele zinnen geschreven, maar zoiets kost héél veel tijd. Een oud gezegde luidt dat het wiel geen twee keer behoeft te worden uitgevonden, dus wie zich aangesproken voelt door dit artikel stuurt een email of een briefje en men kan zonder veel voorbereiding op stap. Techniek rood en wit De weekenden zorgen voor topdrukte op de Franse autoroutes. Vandaar dat we (acht fietsers, allemaal lid van Tourclub Mierlo) bijgestaan door een chauffeur voor de personenbus met tandemasser aanhanger) in twee etappes vanuit Brabant naar het zuiden rijden. De eerste avond overnachten we in Tours. Uiteraard is het mogelijk om in één dag naar Bayonne te rijden, maar dat kost zoveel energie dat het nauwelijks mogelijk is na de reisdag ontspannen en uitgerust de Pyreneeën in te trekken. Vakantie is tenslotte recreëren, dat wil zeggen: nieuwe energie opdoen! Tijdens de reis wordt over allerlei aspecten van het fietsen gediscussieerd: balhoofdstellen, wielen, spaken, tripeltjes, kettingen, banden, binnenbanden. Geen (technisch) onderwerp blijft onbelicht. Het aankoopbeleid en de samenstelling van de Rabo-wielerploeg wordt uitgebreid aan de kaak gesteld. Die presteert wel, die niet, dat is een miskoop, die moet je aantrekken etc. Enkele aanwezige Rabo medewerkers laten de "adviezen" en "raadgevingen" het ene oor in- en het andere weer uitgaan. Mannen onder elkaar. Tijd genoeg om veel te ouweh……….. Op zondagmiddag arriveren we in Bayonne. De stad is rood en wit gekleurd, witte broeken, rokken, overhemden, blouses, rode shawls om de heupen, rode hoofddeksels. Weekenden achtereen zijn er de stierengevechten (corridas). Juan José Padilla, Domingo López Chaves, Javier Valverde, Pablo Hermoso de Mendoza zijn de namen die ik uit een programma pluk. Zij gaan de gevechten met de stieren aan. Het weer is mooi, de muziek klinkt, de drank vloeit, hier wordt geleefd! We laten het maar over ons heen gaan. Morgen gaan we de Pyreneeën in. Eerste etappe Bij het ontbijt voel je al een soort spanning. Er is goed (en veel) getraind. Maar de Limburgse en Vlaamse heuvels of de Ardennen is andere kost dan het hooggebergte. Wanneer we door het centrum van Bayonne rijden liggen in de plantsoenen en in geparkeerde auto's de feestgangers te slapen. Een ander komt duf uit zijn/haar tent. Een enkeling loopt wankel langs de rivierkade. Het feest is voorbij, de kater is er en wij zijn fris en vol goede moed! Wat een tegenstelling! Onderweg blijkt dat de bevolking hier liever Baskisch dan Frans is. Franse aanduidingen op verkeersborden zijn weggespoten. Onwillekeurig trek je de vergelijking met de Belgische Voerstreek waar soortgelijke actie werd/wordt gepleegd. Het landschap begint meteen behoorlijk te heuvelen. De eerste reserve's moeten worden aangesproken, maar problemen mag dit nog niet geven. Kilometerslang blijven we de D 22 volgen. Automatisch kom je knelpunten tegen. In Jaxu gaan we niet met de bocht naar rechts mee, maar rijden rechtdoor. Via een smal weggetje door Bustince komen we op de D 933. In St Jean de Vieux zetten we ons maar aan de koffie en eten een kleinigheidje. Het serieuze werk gaat daarna beginnen. Even voor Lecumberry draaien we linksaf de D 417 op. Het richtingbordje is door een overwoekerende heg nauwelijks te zien. Wat nu volgt is een zware klim over een zeer smalle weg. Niet alleen de fietsers hebben het zwaar, maar de chauffeur van de volgwagen met aanhanger zit biddend achter het stuur hopend dat er geen tegenliggers komen. De bus rijdt in de eerste versnelling en de renners gebruiken hun kleinste verzet. Deze klim belooft wat voor de komende dagen! Op de Michelinkaart staat de weg groen getekend. De uitzichten worden meteen adembenemend. Een tiental adelaars zweeft boven ons. Op de splitsing met de D 177 naar Béhorléguy is de top bereikt. Na een kleine afdaling volgt de klim naar de Col de Lecharria. De koeien die hier grazen, komen hun gasten nieuwsgierig bekijken. Bij het hotel wordt 's avonds aan de rand van het zwembad de 28 gemonteerd. Conclusie eerste dag: pittig tot zwaar. De routeplanner wordt gecomplimenteerd met zijn mooie route. De kop is er af. Morgen gaan we naar de cols met de bekende namen. Serieuze kost Het menu voor de tweede dag is de Col de Marie-Blanque, de Aubisque en de Soulor. "Serieuze kost" noemt de Belgische televisie verslaggever Michel Wuyts dit soort puisten. Na een redelijk vlakke aanloop wordt in Escot aan de Marie-Blanque begonnen. Tien kilometer klimmen waarvan de laatste vier kilometers gemiddeld 10,5%, 11,1%, 11,6% en 11% zijn. De hoogte mag dan "slechts" 1035 meter zijn, maar men moet flink aan de bak. Borden langs de weg geven je elke kilometer informatie hoe hoog je bent, de resterende afstand naar de top en het gemiddelde stijgingspercentage in de komende kilometer. Het is maar hoe je het ziet: je wordt of gemotiveerd of gedemotiveerd! (Het merendeel van de cols in de Pyreneeën kent overigens deze informatie). In de afdaling wordt de D 934 bereikt en slaan we rechtsaf naar Laruns, om daar aan de klim van Aubisque te beginnen. Dan begint het pas echt te kriebelen. Hier is tourhistorie geschreven! Het is hoogzomer, dus veel verkeer op de col. Dit is een nadeel. Het merendeel van de groep is echter met zichzelf bezig en heeft het vizier recht vooruit gericht. Uiteraard valt de groep uiteen. Ieder voor zich. Boven wordt weer op elkaar gewacht. Gezamenlijk dalen we het eerste stuk van de Aubisque af om even te stoppen op de plek waar gele truidrager Wim van Est in 1951 in het ravijn stortte. De gedenkplaat die enige jaren geleden op de rotswand was aangebracht is weg. (Bij navraag bij Rini Wagtmans blijkt dit inmiddels bekend te zijn). We vertrouwen er op dat de plaat weer een plaats krijgt. Via een korte klim naar de Col du Soulor, dalen we af naar Argèles Gazost om daar de nacht door te brengen. Koninginnerit In groep wordt naar Luz St. Saveur gereden om daar te beginnen aan de klim naar de top van de Col du Tourmalet. Afstand 18,8 km, hoogteverschil 1405 meter, gemiddeld stijging 7,47%. Wetend dat later op de dag de Col d'Aspin en de Col de Peyresourde nog moeten komen moeten de krachten goed verdeeld worden. Het merendeel van de groep heeft voldoende hooggebergte ervaring, dus moet deze opgave aan het einde van de dag gerealiseerd kunnen zijn. Het is een schitterende ochtend en ieder is vol goede moed. Onderweg worden het lijden en stoempen door de fotograaf vastgelegd. Het thuisfront moet tenslotte weten hoe vriend/vader in het allesoverheersende hooggebergte zijn mannetje stond. Boven zijn de verschillen behoorlijk, maar is er nog wel even tijd om terug naar de top (de volgwagen staat over de top) te gaan, om de gebruikelijke groepsfoto bij het "colbord" te maken. Via het skidorp La Mongie wordt in sneltreinvaart naar Ste Marie de Campan gedaald om daar in het café bij het kerkje te lunchen. Wanneer ieder weer heeft bijgetankt wordt begonnen aan de klim naar de Aspin. Het begin loopt lekker een paar procent omhoog. Later wordt het steiler. De Aspin is een echte koeienberg. De grazende koeien zijn een geliefd foto- en aaiobject! Het laatste obstakel van de dag is de Col de Peyresourde.(1569 meter). Ruim 18 km klimmen. Tot km 11 gaat het steeds gemiddeld tot 4% omhoog. Voorbij Loudervielle wordt de gemiddelde stijging steeds 8 en 9%. Op de top verlaten we het departement Hautes Pyrenées. Na de klim is er het genot van de afdaling, die voor ons naar Luchon gaat. Een plaats met tourgeschiedenis. Tientallen malen was men etappeplaats. Regen Het zag er 's avond al naar uit. Dikke wolken in de bergen en inderdaad de vierde etappe beginnen we in de regen. Toch starten, wachten lijkt geen zin te hebben. Ons eerste doel is St. Beat om daar de beginnen aan de klim van de Col de Menté. "Maar" 1369 meter, maar niet voor de poes. In het bar slechte weer trekken we ons naar boven. In het tweede deel van de klim voeren korte haarspeldbochten ons naar de top. Hier rijdt ieder recht vooruit naar de bar om iets warms te drinken en wat droogs aan te trekken. Er is dan pas 29 km afgelegd en de etappe naar ons hotel Aulus les Bains is 110 km. Vol goede moed wordt begonnen aan de spekgladde afdaling om diep in het dal te beginnen aan de Col Portet d'Aspet (1069 meter). Niet lang maar bijzonder zwaar. We beklimmen de kant waar Casartelli in 1995 verongelukte. Ieder is in het slechte weer te veel met zichzelf bezig om hier uitgebreid te stoppen. Na de afdaling vragen we in het plaatsje Audressein of we in een wat chique restaurant mogen binnenkomen om te lunchen. Op de stoelen worden extra kussentjes gelegd. Het kostte wel een paar euro's, maar de maag is weer gevuld en wanneer we buiten komen is het droog! Op het middagmenu staat nog de Col de la Core (1395 meter). Het team krijgt routine en klimt vaardig naar boven. De temperatuur is nog niet geweldig, maar we doen het ermee. Boven op de top staat een oude caravan van waaruit men in betere tijden frites en drank verkocht. De baas heeft de moed blijkbaar opgegeven. Alles ziet er vervallen uit. Een enkele enthousiaste toerist rijdt met de auto naar boven en gaat vlug weer naar beneden. Natuurschoon De vijfde dag wordt de dag van de fantastische uitzichten. Een prachtig open landschap om te klimmen. Meteen vanuit het hotel beginnen we aan de klim van de Col d'Agnes (1570 m.) Draaiend door de grote bochten zien we ons vertrekplaatsjes Aulus les Bains steeds dieper liggen. De zon schijnt, Een ideale temperatuur. Een fantastisch scenario om bergop te fietsen. Ieder geniet, de stemming zit er goed in. Na deze col een stuk dalen om vervolgens te beginnen aan de klim naar de Port de Lers (1517 meter). Loslopende paarden, koeien, schapen kruisen ons pad. Het is vooral de ruimte die indruk op ons maakt. Het toetje komt 's middags nadat we in Ax-les-Thermes hebben gegeten volgt de klim naar de Col de Pailhères (2001 meter). Het is warm. In de klim bestaat de mogelijkheid af te slaan naar de Col du Pardel (1680). Wij houden op dit punt rechtsaan en richten ons in eerste instantie op de wintersportplaats Ascou Pailhères. Op de Michelin staan diverse passages met twee pijltjes. Zware klus. Kilometersver kan men vanaf de top de fietsmaten aan zien komen. In de afdaling is het zwart/grijze asphalt wit van de teksten die hier tijdens de 14e etappe van de Tour (gewonnen door Georg Totschnig) op het wegdek zijn geschilderd. Querigut (1205 m.) is ons einddoel. Lekker dalen, hoewel het laatste vijf kilometer nog behoorlijk golft. Naar de finish In een mistig landschap beginnen we aan de laatste etappe naar Perpignan. Om op de Col de la Quillane (1714 meter) te komen moeten de laatste reserves worden aangesproken. We rijden door de wolken heen en belanden in de zon. Eenmaal op dit punt aangekomen weten we dat de rest van de dag dalend zal verlopen. Wat een vooruitzicht! In Mont Luis draaien we linksaf de N 116 op. Een rode weg op de Michelinkaart, dus per definitie druk. Het is echter de enige mogelijkheid om vanuit dit punt ons einddoel te bereiken. Wat volgt is een kilometerslange spectaculaire afdaling. En dan kan het wel eens fout gaan! Eén onzer rijdt op een remmende auto en zijn nieuwe carbonframe kan naar de schroothoop. Geluk bij een ongeluk dat hij vóór vertrek bij de NTFU zijn verzekeringscertificaat aanpaste! Laat dit weer een les zijn voor anderen, ga goed verzekerd op pad! Nog voorzichtiger dalen we verder af en passeren o.a. de oude gefortificeerde stad Villefranche-de-Conflent. Een toeristische trekpleister. Bij Bouleternère verlaten we N 116 om via binnenwegen naar Perpignan te rijden. Een lekke band in de laatste kilometers geeft nog even een kleine rustpauze. Enkele uren na aankomst trekken we twee flessen champagne open. Het karwei waar we maanden naar toe hebben geleefd is geklaard. ETAPPE's: 1. Bayonne-Montory 97,5 km Hoogteverschil: 1775 meter. - Col op splitsing D 417/D117 plm. 900 meter* - Col de Lecharria 832 meter* 2. Montory- Argèles Gazost 101,5 km Hoogteverschil: 2347 meter Col de Marie-Blanque 1035 meter* - Col d'Aubisque 1709 meter - Col du Soulor 1474 meter 3. Argèles Gazost-Bagnères de Luchon 112 km Hoogteverschil: 3084 meter - Col du Tourmalet 2115 meter - Col d'Aspin 1489 meter* - Col de Peyresourde 1569 meter 4. Bagnères de Luchon-Aulus les Bains 110 km Hoogteverschil: 2489 meter - Col de Menté 1349 meter - Col Portet d'Aspet 1069 meter - Col de la Core 1395 meter* 5. Aulus les Bains-Querigut 107,5 km Hoogteverschil: 2742 km - Col d'Agnes 1580 meter* - Port de Lers 1516 meter* - Col de Pailheres 2001 meter* 6. Querigut-Perpignan 110 km Hoogteverschil: 730 meter - Col de Quillane 1713 meter* Tekst en foto's: Teus Korporaal INFORMATIE Routebeschrijvingen en hotelgegevens kunnen worden aangevraagd bij: L.D.J.A. van de Vondervoort Hulsbos 4, 5731 CX Mierlo Email: leonvandevondervoort@planet.nl |
|