tcm

25 237101 Oostelijke Mijnstreektocht 2018

19 augustus, 2018

19 augustus, de Oostelijke Mijnstreek zal vandaag door ons, GR25, befietst worden. De Oostelijke Mijnstreek is een streek in Nederlands Zuid-Limburg. De naam ‘mijnstreek’ dateert uit de eerste helft van de twintigste eeuw toen rondom de kernen Kerkrade, Heerlen, Hoensbroek, Brunssum, Eygelshoven, en Schaesberg de industriële steenkoolwinning van de in de Limburgse bodem aanwezige steenkool van de grond (eigenlijk uit de grond) kwam. Waar we spreken van Oost zal er ook wel sprake zijn van West. En jawel hoor: We kennen ook een Westelijke Mijnstreek, nl. het gedeelte van het Nederlandse Zuid-Limburg waar in de eerste helft van de twintigste eeuw het economisch, sociaal en cultureel leven werd bepaald door de activiteiten rond de Staatsmijn Maurits en de streek omvat de gemeenten Beek, Schinnen, Stein en Sittard-Geleen. Schinnen is landelijk van aard en vormt een bufferzone tussen de Westelijke Mijnstreek en de Oostelijke Mijnstreek. Sinds 2000 daalt het inwonertal van de Westelijke Mijnstreek, vooral door vergrijzing. Fietsen wij “jonkies” daarom in de Oostelijke Mijnstreek? De Oostelijke Mijnstreek in Limburg was in de tijd van de steen- en bruinkoolmijnen één van de welvarendste delen van Nederland. Deze fietsroute neemt ons mee door dit gebied en brengt ons langs plaatsen die in de hoogtijdagen van de mijnbouw volledig in het teken stonden hiervan. Met de sluiting van de mijn Oranje-Nassau I is er op 31 december 1974 een einde gekomen aan de steenkoolwinning in deze regio, maar de mijnindustrie heeft sporen achtergelaten in het landschap. Zo, nu weten we allemaal waar we vandaag allemaal gefietst hebben, niets in deze regio zou ons nog verrassen. Hoewel, op het programma staat dat de tocht 90 km zal zijn maar in werkelijkheid moeten 102 kilometers Limburgse en Duitse aarde onder onze 36 wielen door. Maar we mogen niet klagen, in de vorige eeuw moesten onze kompels naar beneden in de aarde waar we nu over fietsen om daar voor ons de steenkool te delven zodat wij er warmpjes bij zaten. Ploegendienst, 8 uur op, wat in dit gevel dus naar beneden in de mijn betekent, met kans op stoflongen, mijnwerkerslongen, oogsidderen veroorzaakt door infecties van de mijnworm, kruipknieen en diverse rugklachten; een oude mijnwerker, ken jij er één? Wij kunnen, we moeten niet, al fietsend genieten van een gebied, boordevol herinneringen aan deze steenkoolwinning. Dat is het verschil, de mijnwerker daalde af in de aarde voor de kost en wij klimmen en dalen de bergjes af voor ons plezier en uiteraard ook ons uittocht-ijsje. Er zijn natuurlijk wel een paar overeenkomsten tussen de mijnwerker en de wielertourist, we dragen allebei een helm, en na een dag noeste arbeid, de één onder de grond de ander bovengronds, keren we moe naar huis terug……………oost west, thuis best…………..morgen mogen we / moeten ze (neen, niet de basis-school-jeugd) weer!

Hans van de Wijdeven

Terug naar nieuws